geselecteerd als gefixeerd bericht
Gedichten Agenda overpeinzingen
Gedichten Agenda overpeinzingen
Voor Gerard van Herpen
ik buig het hoofd en kus de grond
van dit, mijn eigenzinnig land, waar
tussen moed en schaamte, goed
en kwaad, de waarheid woont, men
hardop spreken kan, waar in het
uur van onderscheid de angst mag
slapen en blinde haat, dit horende en
ziende, in verdraagzaamheid vergaat
Dit gedicht ontstond als weerslag van alle sociale en poltieke onbalans van de laatste tijd. Met journalist Gerard van Herpen, een goede vriend en buurman van mij, heb ik met regelmaat, al of niet onder het genot van een oude klare, intensieve gesprekken over dit onderwerp. ‘Mijn land’ ontstond niettemin in een grote mate van nuchtere soberheid. Maar nog niet zo nuchter, dat het gedicht eindigt in een wensdroom. Moge de haat (= onmacht) die onder ons is vergaan in verdraagzaamheid. Ik ben er zeker van dat als wij dat willen (bereiken), het ook gebeurt. De dichter als dominee? Welnee, dichters slijpen zich aan de maatschappij. Als burger, buschauffeur, als winkelier, zelfs als volksvertegenwoordiger.
xc2xa9 Olaf Douwes Dekker, september-november 2005, Breda.
zijn hart luistert zachter dan
zijn oren kunnen horen, hij ziet
hun nood, hun ogen, herkent
de monden die niet vragen
de woorden die niets zeggen
de woordenloze verhalen
hij gaat hen tegemoet
fluistert hun namen in de
naam van het licht, het zicht
op de zon, zijn handen dragen
hun adem, zijn longen lopen
zijn voeten de dagen voorbij
hij deelt met hen zijn trouw
en zijn troost, zij wonen in
zijn hoofd, hij is hun taal en
stem, boodschapper van
hoop, de eelt op hun ziel
hun leven werd zijn last
hun last werd zijn leven
Dit gedicht ‘de vrijwilliger’ werd geschreven ter gelegenheid van de uitreiking van de Bredase Vredesprijs 2005, op 21 september 2005 op de KMA aan Henk Zwaan (Princenhage) en door de auteur gelezen. Voorzitter van de jury was bisschop Muskens. De uitreiking wordt als evenement jaarlijks georganiseerd door het Centrum voor Internationale samenwerking (COS West en Midden Brabant). Het werd op initiatief van Rinie Maas afgedrukt in De Bredase Bode.
Voor ‘Het lied der achttien dooden’
van Jan Campert (1902-1943).
‘en zoo ik heb gefaald
gelijk een elk wel falen kan,
schenk mij dan uw gena’
namen waren gezichten, gezichten
hadden namen, ’40-’45, jaren tussen
goed en kwaad – voor het uur van
onderscheid is het nooit te laat, het
gezicht in de spiegel weegt zijn ogen
de tijd verplicht zijn dagen – handen
wijzen, dragen sporen, weten te meten –
vang de wind, ga terug door het vuur
langs daden die nu feiten heten, terug
naar wie de waarheid past voor het
aangezicht dat alle jaren wast in een
bron van oogverblindend licht
Dit gedicht is opgedragen aan het beroemde verzetsgedicht ‘Het lied der achttien dooden’ (van Jan Campert). Deze opdracht is ingegeven door de wens van (zoon) Remco Campert om, ondanks de in het begin van 2005 op gang gekomen negatieve publiciteit rond zijn vader, de waarde die het gedicht ‘de achttien dooden’ voor veel mensen heeft niet te belasten. Het gedicht werd door mij gelezen op 4 mei 2005, even voor acht uur, bij de Vredeskapel in Prinsenbeek. Na deze plechtigheid werd het gedicht aan een aantal belangstellenden uitgereikt in een speciale drukgang (gratis), mogelijk gemaakt door een spontane inspanning van Uitgeverij Van Kemenade. Op dit 200-grams-drukvel staat ‘terug naar nu’ in een speciale grafische opzet van Berry van Gerwen. Bij het monument in Het Valkenberg trad Olaf Douwes Dekker op 4 mei 2004 op met het voor die gelegenheid geschreven gedicht ‘het is nu stil geworden’. Dit volgt hierna.
het is nu stil geworden
er staan boterbloemen in de wei als in een oorlog
lang geleden – mensen aten lood, angst en honger
men leefde zoals het kon, stierf levenslang wie
leven bleef, maar het is langzaam stil geworden
stiller nog dan wat aan vreugde overbleef nadat
de muziek was weggewaaid, de hulzen geraapt, de
wapens geruimd en de vrijheid gevierd, want de
meeste mensen waren weer thuis – totdat niemand
meer de verhalen vertelde waar niemand meer naar
luisterde en het nu is, nxc3xba, nu het zo stil is geworden
dat de laatste doden in hun verhalen mogen gaan
slapen, de mensen lachen weer om het leven, er is
geen vijand meer, er is nu tijd – tijd voor landen
waar een vrijheid leeft die niet te leven is, voor
mensen die er lood, angst of honger eten, verhalen
vertellen waar niemand meer naar luistert en het
zxc3xb3 stil wordt dat zij met open ogen gaan slapen
wonen in hun wapens, bootjes, tenten en tunnels
tot hier niemand meer aanklopt, niemand meer
opendoet en er niemand meer thuiskomt
xc2xa9 Olaf Douwes Dekker, mei 2003-april 2004.
Als eerste sponsor van de (eerste) Bredase stadsdichter heeft zich AXUM ORGANISATIE ADVISEURS gemeld, gevestigd en kantoorhoudend in Breda (Effen). Om effectief het dichtersspreekuur een basis te geven heeft AXUM besloten, op verzoek van de stadsdichter, een (gebruikte) Compaq-laptop aan hem over te dragen. Hiermee kunnen op elke gewenste plek liefhebbers van het schrijven van gedichten worden bediend met adviezen en de uitwerking van ideeen. AXUM heeft met name grote ervaring in het begeleiden van veranderingsprocessen binnen het onderwijs.
ik woon de stad in vogelvlucht, droom
oude wijken om tot nieuwe lanen met
parken, pleinen en platanen ingevuld
tracteer het publiek na zoet geduld op
straattoneel dat, zij het laat, uitbundig
voor versleten gevels in premiere gaat
van boven schouw ik ruimte, kruinen
wuiven in de wind uit wolken vrij van
regen, beneden eten mensen aan hun
tafels, dit is het land van huiselijkheid
de rode daken zij aan zij, totdat de tijd
hen scheidt van tuinen en van hoven
nog sluimeren handen in de schoot -
ooit wordt de stad gehoord die meer
vermag dan woorden doen geloven
Olaf Douwes Dekker
Geschreven voor de info-krant (verschenen eind maart 2005) ten behoeve van de vijf wijken in Breda Noordoost, die onder het motto ‘samenwerken in leefbaarheid’ een herstructurering tegemoet gaan. De gemeente vond de titel ‘uitgewoond’ wat negatief klinken. Hiertoe bedacht ik eenmalig een alternatief : ‘samen leven in werkbaarheid’ (ofwel: de handen uit de mouwen).
Dezer dagen werd in het hart van de wijk IJpelaar een kerk gesloopt. Ik schreef bijgaand gedicht.
er gaapt een gat in de wijk, waar
gods woord aan velen werd gelezen -
ooit met handen gebouwd, eenzaam
glas-in-lood huilt scherven
er hangt nog stof boven het puin
een sloper wrijft zijn ogen uit
het dak is blauwe lucht geworden
gods woord heeft nu de ruimte
er klinkt een menselijke schreeuw
splinters kraken, nagels laten los
een man stapt van een kruis, hij rekt
zich, kijkt rond en gaat zijn weg
Dit gedicht werd gepubliceerd in de ‘Wijkrant’ IJpelaar/Overakker/Blauwe kei van maart 2005.